taaljeuk.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste artikelen
NEPAL
 

 We zijn net terug van een maand Nepal-Tibet.  

Kathmandu is de hoofdstad van Nepal, waar auto’s, motoren, koeien, fietsen, voetgangers, riksha’s en honden over elkaar heen buitelen. Nergens ter wereld heeft men er meer reden zich aan zijn medeweggebruiker te ergeren, maar doet men dat niet.
Het is een tekort aan agressiviteit en botheid die ik in de Nepalese cultuur waarneem.
Een nationaal gebrek aan het opeisen en bevechten van eigen gelijk.
Men ziet in de medeweggebruiker een bondgenoot en slaagt er niet in hem te verheffen tot een roekeloze lomperik met stront in zijn ogen.

Deze verdraagzaamheid en tolerantie getuigt van een groot egodefect.  De zucht naar materieel gewin zal zich hier nog stevig moeten ontwikkelen, wil men ook maar in de buurt komen van de Hollandse intolerantie en lompheid.  

De bewoners van Nepal zijn straatarm, bescheiden en uiterst dienstbaar. Precies zoals wij, Westerlingen, het graag hebben. Men heeft er nog dat achterlijke van onbedorven eenvoud. Dat gebrek aan méér en méér willen hebben. Ze behelpen zich vooralsnog met vreugde scheppen in gastvrijheid en beheersen de kunst van het geven en nemen. 

 

Onze Nepalese gids, die ook al eens in Nederland was geweest, zei dat het leven in Nepal moeilijk is, maar hij schatte het leven in Nederland zwaarder in. “Jullie werken ongelooflijk hard,” zei hij, “ maar kunnen moeilijk van de resultaten genieten omdat het nooit genoeg is.” En daar kon ik het mee doen.
Je kunt kennelijk in een rijk land leven en tóch arm zijn.

 

Lees meer...   (10 reacties)

PARADIJS

 

“Frits is een schatje, niet Frits?” Ze glimlacht. Vraagt naar de bekende weg.
 “Wat?” zegt Frits automatisch, ritselt met zijn krant en antwoordt even later met “waarom zouden we elkaar het leven lastig maken?” Ze kijkt me, nog steeds met een glimlach om haar mond aan met een blik van “zie je wel? Wat zei ik je?”
“Hij heeft een konijnenhok voor Anika getimmerd, maar dat gaat hij vanmiddag afmaken, toch? Frits? Of gaan we eerst samen boodschappen doen?”
“Ik moet ‘t  goeie gaas hebben. Dáárom is het nog niet af.”
Er valt een stilte.

“We hebben allebei al een relatie achter de rug en daarom hebben we toch wel een voorsprong op stelletjes die een beet naïef beginnen, hé Frits? We hebben het goed samen. Tóch?” Frits legt zijn krant neer, haalt zijn voeten van het voetenbankje en zegt. “Waarom zouden we het elkaar moeilijk maken?” Hij kijkt me vragend aan, schudt vol onbegrip het hoofd. Ik zwijg. Frits’ ogen flitsen naar zijn vrouw en vandaar wijst hij met zijn hoofd naar zijn lege koffiekopje. Ze schenkt niet meteen in, maar brengt eerst wat lege kopjes naar de keuken. Dan pas voorziet ze Frits. Ze doet er ook suiker en melk in. Als ze de melk inschenkt kijkt hij naar zijn koffiekopje en exact tegelijk heft hij zijn hand tot een mild stopteken en houdt zij het kannetje verticaal. Hij kijkt kort naar haar op, glimlacht.
“Geven en nemen,”dáár draait het in een huwelijk om, zegt hij met nadruk tegen niemand in het bijzonder.
Ze kijkt me aan en knikt bevestigend.
“Er is overal wel iets natuurlijk,” bekent ze, “maar wij hebben het samen prima naar ons zin, niet dan Frits?” Ik neem aan dat ze zijn zwijgen als een bevestiging opvat, want de glimlach verdwijnt niet van haar gezicht.

 

 
Lees meer...   (15 reacties)
 
 
 
HET OOG

Het bos omarmde het voorjaar en het zonlicht spatte uiteen op zijn lichtgroene bladerdek. Daar ik geen vogel zag, leek het of de bómen zongen. 

Een man liep gebukt en raapte papiertjes op. Hij keek ons even aan. Zijn ogen stonden verdrietig.

“Waarom kijkt die man verdrietig?”
“Hij is boos.”
“Op wie?”
“Op de boze wereld.”
“Is de wereld dan boos?”
Ik knikte. “Maar je moet haar wel eerst boos máken.”
“Hoe maak je de wereld boos?”
“Dan moet je het goede oog dichtknijpen en met je boze oog naar de wereld kijken.”
 “Dat doe ik lekker tóch niet.”

Even later vroeg ze. “En als ik mijn boze oog dichtknijp, is de wereld dan niet meer boos?”
“Dan is de wereld niet meer boos.”
“Leuk!”
“Probeer het maar uit. Je hebt je hele leven nog voor je.”

 

 

Lees meer...   (8 reacties)
 
VRIENDEN

 

Het etentje verliep in de beste stemming. De  dames raakten genoeglijk aan de praat. De heren hielden zich rustig en het eten was voortreffelijk. Totdat……………..

“Kees heeft maar één klein foutje gemaakt,” sprak de gastvrouw schalks,  “hij heeft  het bad opnieuw gekit en dat hattie nog nooit gedaan en het is me toch een zóótje geworden!….”    
  “Ik wil het woord “KIT ” niet meer horen”  donderde Kees en sloeg  met de vuist op tafel.
“Van níemand!” voegde hij er aan toe en keek ons, zijn vrienden, smekend aan. Hij  nam een flinke teug wijn, maar wel uit míjn glas. Het zat hem dus hoog. 

Nu heeft  elk gezelschap wel een zwakke broeder.
 De onze veegde  zijn mond af en sprak  lijzig “ik heb een zus in KITzbühl……”. We proesten het voorzichtig uit.
Ik keek naar Kees.
 Hij had zijn ogen neergeslagen  alsof hij het niet gehoord had.  Verraad, dat moet hij gevoeld hebben. Een dolksteek laag in de rug. Als je vrienden je laten vallen, op wie kun je dàn nog rekenen?
  Maar nog was zijn lijden niet ten einde.
“Kennen wij die zus van jou?”  vroeg iemand. “Ja”, zei onze judas, “rood haar, een KIT-tig vrouwtje.”
Wij lagen  in een deuk, Kees durfde ik niet aankijken. Het zou mij te zeer gedaan hebben. Hij was nu van vriend tot prooi geworden. 

 “Mark, hoe heette die leuke film gisteren?” probeerde mijn vrouw de avond te redden.
“Billy de Kid” zei ik zonder een spier te vertrekken.

 

 

Lees meer...   (11 reacties)

Ik maak nog eens wat mee. . .

 

Mijn vrouw en ik staan op de bus naar Eindhoven te wachten. Ik betaal met 50 Euro. De chauffeur wijst op een tekst. 50 Euro mag niet.
Wat nu? Ik zwijg. De bus dieselt. De chauffeur trommelt met zijn vingers op het mini-toonbankje.
Ik vraag aan de passagiers of iemand 50 Euro kan wisselen.
Niemand kan 50 Euro wisselen.
 “Ga maar zitten, het komt wel goed, we zien wel,” zegt de chauffeur, een vriendelijke vijftiger met mooi grijs haar.
Aan elke nieuwe passagier vraag ik of ze 50 Euro kunnen wisselen. In Valkenswaard vraag ik de chauffeur even te wachten. “Niet te lang”roept hij me na. Ik sprint over de markt. De mensen zullen wel denken. Ik struikel een café binnen. Niemand te zien. “Volluk!!” schreeuw ik.
 Achter me hoor ik de deur opengaan. Een reus van een man gaat zonder één woord te zeggen voor de deur staan. Handen over de borst gekruist. De eigenaresse van het café komt binnen. Ze begrijpt mijn verhaal en wisselt snel mijn geld.
“Het is goed,” zegt ze tegen de man aan de deur.
Nu begrijp ik het pas. Sociale controle.
Hij houdt de deur voor me open en ik sprint naar de bus.
Ik ga hijgend zitten,de bus trekt op en ik kijk naar buiten . Zie Tarzan en Jane voor de deur van het café staan. Ik steek mijn hand op en ze zwaaien terug.
Met en diepe zucht laat ik me achterover vallen.
“Wat heb je toch een spannend leven,”zegt mijn vrouw en geeft me een kalmerend klopje op mijn been.

 

 

Lees meer...   (10 reacties)
 
 
 
 
Tijdens de culturele jaarmarkt deden we achtereenvolgens mee aan bronsgieten en boogschieten.
 
 
 
 
 
 
Lees meer...   (8 reacties)
 
 
 
Ze heeft twee kunststof heupen en een hart van goud. . . .
 
 
 
 
(uit: toespraak van Mark voor feest Zr. Anunciata 
Lees meer...   (3 reacties)

 
 
Bejaard zijn is erg.
Maar dement zijn is veel erger.
 
Als u dit niet kunt volgen, begrijpt u precies wat ik bedoel.
 
 

 
Lees meer...   (12 reacties)
 
 
 
 
 
Mag ik wat vragen?

 

Is dit kindje soms van u?

 

Ja, soms is het van mij
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Lees meer...   (13 reacties)

MUURTJE

 

Ik metselde een muurtje. Zomaar een muurtje. Iemand had me dat gevraagd.
De lentezon zette een merel aan tot verleidelijke klanken, maar ik bleef stug doormetselen. Metselen is ritme.

Twee kinderen kwamen zwijgend naderbij. Ik hield ze vanuit mijn ooghoeken in de gaten. Ik schatte haar een jaar of zeven en die kleine vijf. Ze had hem stevig aan de hand. Ze keken zwijgend toe. Omdat ik hun geen aandacht schonk wisten ze niet of ik een leuke mijnheer was, of een chagrijnige bouwvakker. Ze bleven zwijgen. Kinderen voelen aan dat je een ritme niet moet onderbreken.

Ik kon mijn kinderlijke aard niet langer bedwingen, ging recht staan, rekte me uit. Zei “oei oei, mijn rúg en hoe heet jij?”
Die van zeven zei dat ze Elsje heette en dat haar broertje, dat ze onder curatele had, naar de naam Fransje luisterde.

“Acht!!” zei ze verontwaardigd en Fransje bleek zeven.
“Zozo,” zei ik en daar ik toch uit mijn ritme was, liet ik ruimte voor een gesprek.

“Wat doe je?” vroeg Elsje. Zij was de woordvoerster. Als zij sprak keek Fransje naar haar op. Fransje had pientere oogjes, wittig haar en de fysiek van iemand die nooit aan sport zal gaan doen.Elsje was een kop groter, beetje sproetige wijsneus met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ze had zeker van haar moeder toestemming gekregen naar de metselaar te gaan kijken, mits ze Fransje aan de lijn hield.
“Ik metsel.
“Waarom?”
Moest ik zeggen dat ik haar moeder in het café ontmoet had en dat het héél gezellig was geweest terwijl zij het weekend bij hun vader waren?
“Waarom ik metsel? Dat vindt het muurtje fijn. Daar groeit het van. Daarstraks was het zó groot en nu al zó.”
Elsje knikte.
“Wat zit daar in?” Fransje kwam los met een inhoudelijke opmerking.
“Cement,” zei ik.
“Daar worden stenen hard van,” doceerde Fransje met zevenjarige beslistheid.
Ze kwamen dichterbij en keken in de kuip met specie. Wat zouden ze denken?
“Ik had een Oom en die ging met zijn voet per ongeluk in de kuip staan,” beweerde ik.
Vertellen is óók ritme, dus ik ging verder toen ik hun verwachtingsvolle gezichtjes zag. Ik was  benieuwd waar ik uit zou komen met mijn verhaal.
“Hij had er geen erg in dat hij met zijn ene voet in die kuip stond en we praatten gezellig door over van alles en nog wat. Toen hoorde hij in de verte de fluit van de trein. Tuut tuuuuuuut en mijn Oom zei: ik moet eens voortmaken anders mis ik mijn trein nog. Dan pak je de volgende toch?  zei ik tegen mijn Oom.
Fransje’s ogen waren vastgezogen aan de grijze massa in de kuip. Hij zag daar het been van mijn oom. Zijn gezichtje stond heel ernstig. Hij voorvoelde het komende drama.
Elsje had al enige mensenkennis. Ze observeerde me bedachtzaam. Moest ze mij geloven of niet? Haar vader had óók dingen gezegd en tóch was hij weg.  Maar het was al te laat. Ze was al in de ban van de komende gebeurtenissen want ze vroeg me dringend “En toen?” Fransje keek haar instemmend aan.
“Ik mag deze trein niet missen, want ik moet naar een belangrijke vergadering, zei mijn oom.”
Ik wierp een blik op de twee luisterende gezichtjes. Ze wisten allebei dat een vergadering erg belangrijk was, zag ik.
“Schiet dan maar snel op oom, anders mis je de trein!” declameerde ik gedragen.
“Mijn oom wilde vertrekken maar. . . .” Fransje keek verschrikt in de kuip.
 “Zijn voet kon niet meer uit de kuip. De cement was hard geworden. Tuuut Túúúut, de trein kwam dichter en dichterbij.
Ik mag mijn trein niet missen!! riep mijn oom. Ik moet hem halen! en met alle kracht probeerde hij zijn been uit die kuip te trekken, maar hij zat muurvast. Geen beweging in te krijgen.”
Fransje schuilde nu onder de oksel van zijn zus, die nu ook haar andere arm om het ventje heen had geslagen. Zo vond ze zelf ook enige bescherming.
“Gelukkig had ik een zaag bij me.”
Ik greep een 24-tands Widia Sandvik zaag uit mijn gereedschapskist en toonde die mijn publiek, dat nu een pas achteruit deed. Ik vertelde verder terwijl ik ruim zagende bewegingen boven de kuip maakte .
”En ik zaagde het been van mijn oom af, zodat hij vrij was en hij alsnog, zij het op het nippertje, de trein haalde. Dus ga nóóit met je been in een kuip met cement staan, anders heb je kans de trein te missen, ” vatte ik de lering samen die in het verhaal besloten lag.

Ik metselde, zonder acht te slaan op mijn toehoorders, rustig verder.
Elsje verwerkte het verhaal praktisch.
“Met één been kan je toch niet hard lopen?” Ik keek op en zag twee kinderen die tot over hun oren in de wereld zaten die ik zojuist voor hen geschapen had.
“Goed gezien Elsje. Ik vergat te vertellen dat ik van een stuk kreupelhout snel een kunstbeen zaagde en zodoende..  .maar het was kantje boord. De trein reed al weer langzaam weg en met een geweldige sprong kon hij nog net de achterste wagon halen. Ik kreeg later nog een bedankkaartje van mijn oom dat ik hem zo goed geholpen had. Hij zou anders de vergadering zéker gemist hebben.”
 Elsje keek langs me heen in een onnoemelijke verte.
Fransje keek gebiologeerd naar de Sandvik en stelde eerbiedig vast dat “de zaag scherp was.”

Ik verwonderde me er over dat kinderen gruwelijke details, mits als tussenzinnetje verteld, moeiteloos aanvaarden. Het hoofdthema was “de trein halen” en ze waren opgelucht dat dat, ondanks dreigende obstructie tóch gelukt was.We waren nu vrienden geworden. Ik gaf Elsje een homp cement en Fransje een hamer en een steen die hij kapot mocht slaan. Elsje nam snel de hamer van hem over en keek mij bestraffend aan.

De volgende dag vroeg de moeder wat ik haar kinderen toch verteld had. Ze wilden maar niet in slaap komen en vroegen of ik er morgen weer was, want ze wilden meer verhalen horen.
Maar het muurtje was af voor ze uit school thuis kwamen en ik heb de kinderen nooit meer gezien, want moeder zaagde met behulp van alcohol de poten onder onze prille relatie uit en er groeide, zou gaan die dingen nou eenmaal, snel een muur tussen ons.   

 

  1. is het te lang?
  2. wat kan weg?
  3. dank voor het lezen 
 
Lees meer...   (8 reacties)
KRITISCHE LEZERS GEVRAAGD.
Een kritische lezer is een zegen voor een schrijver.
 
Dit blog is een werkblog. Ik zou het fijn vinden als u KRITISCH commentaar op mijn logs gaf.  Ik leer graag van u.

Belangrijker dan dát u iets leuk/niet leuk vindt is waaróm u dat vindt.
Denkt u daar niet te veel bij na, maar volg gewoon uw gevoel.
 
Ik beloof u niet chagrijnig te gaan doen als u over een stukje valt en evenmin ga ik u liefhebben als u óp een stukje valt.
 
Ik ben de enige eigenaar van al mijn schrijfsels . Wilt u wat van me lenen dan kunnen we het daar over hebben. 
 
 
 
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl